Beste Uradex-lid,
Enige dagen geleden bracht de heer Bart Tommelein (Open VLD) in de pers cijfers naar voor van vermeende achterstallen in de uitkeringen van beheersmaatschappijen. Met name Uradex werd daarbij hard aangepakt.
Ondergetekenden, huidig bestuur en directie van Uradex, zullen de laatsten zijn om te ontkennen dat onze vennootschap in de loop der tijden aanzienlijke vertraging had opgelopen in de uitkeringen.
Reeds in 2006 werd door de bevoegde instanties ingegrepen, door intrekking van de vergunning en de aanstelling van voorlopig bewindvoerders. Dit voorlopig bewind was gedurende drie jaar verantwoordelijk voor het bestuur van de vennootschap. Het zette Uradex weer op de rails en werkte een groot deel van de achterstallen weg, in zoverre dat in 2008 door de overheid opnieuw een vergunning werd toegekend.
Ondertussen heeft het voorlopig bewind een einde genomen en kent Uradex sinds 1 maart 2010 opnieuw een regulier statutair bestuur door de rechthebbenden zelf, i.e. de uitvoerende kunstenaars. Vandaag ziet de stand van de uitkeringen er al anders uit: op 31 december 2009 beliep het nog uitstaande totaal aan uit te keren rechten ongeveer 49 miljoen euro, of zo’n derde minder dan de 71 miljoen die figureren in het lijstje van de heer Tommelein. Maar daar stopt de inhaalbeweging niet: eind februari 2010 werd voor de afdeling muziek het nog uitstaande aandeel van de rechten over het jaar 2006 uitbetaald, de muziekrechten over het jaar 2007 zullen worden uitbetaald eind juni 2010 en deze over het jaar 2008 in de loop van het vierde trimester van 2010. Ook voor de audiovisuele rechten en de betalingen aan zustermaatschappijen werd de versnelling al ingezet (zie de repartitiekalender).
Het komt ons dan ook voor dat de negatieve commentaren die we dezer dagen moeten incasseren, worden geleverd door mensen die nog steeds het oude Uradex voor ogen hebben, en voorbijgaan aan wat er sindsdien ten goede is gebeurd en in beweging gezet. Dubbel jammer dat ze daarenboven tot dergelijke onterechte bespiegelingen werden verleid op grond van een cijfertabel die door de heer Tommelein aan de pers wordt voorgehouden zonder enige omkadering.
Die omkadering werd nochtans in het antwoord op zijn parlementaire vraag wel degelijk verstrekt door bevoegd minister Van Quickenborne. De minister wijst er bijvoorbeeld op dat de termijn tussen het innen en verdelen van rechten kan variëren naargelang moet verdeeld worden aan één rechthebbende (bijvoorbeeld aan een theaterauteur) of aan een veelvoud daarvan, volgens complexe verdeelregels (zoals, in het geval van Uradex, aan alle bij een opname resp. film betrokken muzikanten en acteurs). Rechten kunnen aan een rechthebbende zijn toegekend, maar door deze laatste nog niet opgevorderd zijn. Recent geïnde gelden worden pas vatbaar voor verdeling nadat de daarvoor noodzakelijke gegevens (playlists, hitlijsten, …) bekend zijn. En last but not least dienen reserves aangelegd voor beschikbare rechten die ondanks alle verdelingsinspanningen niet (meteen) kunnen worden toegewezen (geen gegevens van de artiest, onvolkomen aangifte, …).
De tot de verbeelding sprekende totaalbedragen voor de sector omvatten verder niet alleen inkomsten uit collectief beheer die bestemd zijn voor auteurs en artiesten, maar ook inkomsten voor producenten en uitgevers. Evenmin mag bij een en ander uit het oog worden verloren dat het leeuwendeel van de gelden (bij Uradex zo’n 85 %) toekomt aan buitenlandse rechthebbenden.
Ronduit lasterlijk bij dit alles zijn alleszins de insinuaties als zouden intresten op nog niet aan de rechthebbenden uitgekeerde sommen door beheersmaatschappijen worden gebruikt voor eigen gewin. Deze intresten maken in het geval van Uradex het voorwerp uit van een beslissing van de algemene vergadering. Met andere woorden, de rechthebbenden beslissen zelf over de bestemming ervan: ze kunnen worden uitgekeerd aan de leden, of gebruikt om de werkingskosten te delgen.
Dat in het verre verleden Uradex geen toonbeeld van slagkracht was, dat willen we best geweten hebben. De redenen daarvoor opsommen, zou ons hier te ver voeren en ze doen vandaag ook niet ter zake. De artiesten die met ingang van 1 maart 2010 het bestuur hebben opgenomen, maken zich echter samen met de directie en het personeel sterk dat de huidige, doorgestarte organisatie niet meer samenvalt met het beladen Uradex van voorheen. Maar om dat te kunnen aantonen, verdient dat nieuwe Uradex op zijn minst krediet en een eerlijke kans. Desinformatie voor politieke doeleinden gaat daar uiteraard lijnrecht tegenin...
Vanuit de overtuiging dat het de verantwoordelijkheid van de uitvoerende kunstenaars zelf is om hun beheersvennootschap mee vorm te geven, durven wij je dan ook meer dan ooit uit te nodigen om deel te nemen aan het Uradex van morgen en samen met ons te werken aan een gedegen inning en repartitie van de rechten van artiesten in dit land.
De Raad van Bestuur en de Directie van Uradex
Beste muzikanten, leden van Uradex,
Bij de uitbetaling afgelopen week van de rechten voor privé-kopie en billijke vergoeding 2006 voor de afdeling Muziek, werd een aantal muzikanten, die redelijkerwijze mogen aannemen dat hun prestaties in 2006 rechten genereerden, toch niet uitbetaald. Dit uit voorzorg: wij stelden immers vast dat de beheerstoepassing voor de rechtenverdeling die wij door een extern bedrijf hebben laten ontwikkelen een aantal onvolkomenheden vertoonde.
Uradex bereidt nu een herberekening voor die op korte termijn moet leiden tot een juiste inschatting van de bewuste fouten in de berekening van de rechten van deze leden. Wij zullen hen stelselmatig op de hoogte houden van de stand van zaken.
De betalingen voor de afdeling Muziek voor 2007 en 2008 worden alleszins uitgevoerd zoals gepland.
De informaticavennootschap in kwestie heeft erkend dat haar berekening van de rechten voor de bewuste periode fouten bevatte, zij het zonder erkenning van haar verantwoordelijkheid). De voorlopige bewindvoerders van Uradex hebben dan een deskundige aangesteld, die niet twijfelt aan de verantwoordelijkheid van het externe informaticabedrijf.
Uradex heeft een gerechtelijke procedure ingesteld tegen deze informaticavennootschap. Begin maart 2010 zal een gerechtelijke deskundige de opdracht aanvatten om na te gaan in welke mate de berekening van december 2007 (periode 1996-2005) onnauwkeurig gebeurde en in welke mate de externe informatici daarvoor verantwoordelijk zijn.
De externe informaticavennootschap heeft naderhand (nadat zij toegegeven had dat haar berekening van de repartitie van december 2007 fouten vertoonde), zelf een tweede, “gecorrigeerde” berekening gemaakt voor die repartitie, waaruit volgt dat een aantal uitvoerende kunstenaars, muzikanten, teveel zou hebben ontvangen.
Dit alles brengt mee dat, veiligheidshalve, vooraleer Uradex met haar eigen computerprogramma (“URABASE”) zelf tot een herberekening overgaat van de rechten voor die periode en in afwachting van het advies van de gerechtelijke deskundige over de “gecorrigeerde” berekening van de externe informatici, die muzikanten die volgens de “gecorrigeerde” berekening teveel zouden hebben ontvangen, nu voorlopig niet zullen worden uitbetaald.
Deze herberekening door Uradex zal zo snel mogelijk gebeuren, en de betrokken leden zullen gaandeweg op de hoogte worden gesteld van de resultaten van het gerechtelijk deskundig onderzoek en van de herberekeningsprocedure. Intussen zullen de betalingen voor de afdeling Muziek voor 2007 en 2008 worden uitgevoerd zoals gepland.
Met betrekking tot de verdeling van de rechten voor 2006 nog dit: met de repartitie 1996-2005 (in december 2007, met latere aanpassingen in april/mei 2008 voor sommige muzikanten) werd het gedeelte van de rechten van 2006 waarvoor de Ultratop-lijsten als criterium dienen, mee verdeeld. Wie aldus rechten uitbetaald kreeg, vindt een en ander terug in het detailoverzicht van zijn betaling. Het gedeelte van de rechten 2006 dat vandaag wordt verdeeld, betreft de rechten waarvoor de radiospeellijsten het criterium zijn.
Namens Uradex,
De Voorlopige Bewindvoerders en de Raad van Bestuur
Het college van Voorlopige bewindvoerders en de Raad van Bestuur van Uradex hebben het genoegen u de repartitiekalender voor 2010 mee te delen :
Afdeling muziek:
De bedragen die in België werden geïnd (billijke vergoeding en privé-kopie) voor het jaar 2006, zullen verdeeld worden in de loop van de maand februari 2010.
De bedragen die in België werden geïnd (billijke vergoeding en privé-kopie) voor het jaar 2007, zullen verdeeld worden in de loop van het
tweede trimester 2010.
De bedragen die in het buitenland werden geïnd (Nederland, Verenigd Koninkrijk en Ierland) ten voordele van de leden van Uradex, zullen verdeeld worden in de loop van het eerste semester 2010.
De bedragen die in België werden geïnd (billijke vergoeding en privé-kopie) voor het jaar 2008 zullen verdeeld worden in de loop van het
vierde trimester 2010.
Afdeling Audiovisueel:
Er wordt aan een kalender gewerkt die op een latere datum zal worden meegedeeld.
Krachtens de wet van 16 juli 2008 tot wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 en tot instelling van een forfaitaire belastingregeling inzake auteursrechten en naburige rechten, worden inkomsten verkregen door natuurlijke personen, hun erfgenamen en – tot nader order – VZW’s en stichtingen uit de cessie of de concessie van auteursrechten en naburige rechten, alsook van de wettelijke of verplichte licenties, bedoeld in de wet van 30 juni 1994 betreffende het auteursrecht en de naburige rechten of in overeenkomstige bepalingen in het buitenlands recht, voortaan belast als roerende inkomsten voor zover ze niet meer dan 49.680 € bruto (geïndexeerde inkomsten 2008, aanslagjaar 2009) resp. 51.920 € (geïndexeerde inkomsten 2009, aanslagjaar 2010) bedragen. Daarboven zullen ze belast worden als beroepsinkomsten of als diverse inkomsten, al naargelang de verkrijger zijn artistieke activiteiten professioneel of occasioneel uitoefent.
De betreffende roerende inkomsten worden aldus onderworpen aan een bevrijdende voorheffing van 15 %, na toepassing van de wettelijk bepaalde aftrek voor forfaitaire kosten: 50 % op de eerste inkomstenschijf van 13.250 € (geïndexeerde inkomsten 2008, aanslagjaar 2009) resp. 13.840 € (geïndexeerde inkomsten 2009, aanslagjaar 2010) en 25 % op de tweede schijf van 13.250 € (geïndexeerde inkomsten 2008, aanslagjaar 2009) resp. 13.840 € (geïndexeerde inkomsten 2009, aanslagjaar 2010). Boven de 26.500 € (geïndexeerde inkomsten 2008, aanslagjaar 2009) resp. 27.680 € (geïndexeerde inkomsten 2009, aanslagjaar 2010) kunnen geen forfaitaire beroepskosten meer worden afgetrokken, tenzij de belastingplichtige er voor gekozen zou hebben zijn werkelijke kosten te bewijzen.
Dit nieuwe fiscale regime houdt tevens in dat schuldenaars van auteurs- en nevenrechten (omroepen, producenten van fonogrammen en audiovisuele werken, SABAM, URADEX, rechtspersonen waarin de betrokken auteurs of uitvoerende kunstenaars hun rechten hebben ondergebracht, …) met ingang van 1 januari 2009 in beginsel gehouden zijn op de auteurs- en nevenrechtelijke vergoedingen die zij aan hoger genoemde begunstigden uitbetalen, 15 % roerende voorheffing in te houden, na toepassing van de forfaitaire kostenaftrek en zonder begrenzing van het uit te keren bedrag. Deze voorheffing is bevrijdend, m.a.w. de verkrijgers dienen – behoudens uitzonderingen (zie verder) – die inkomsten niet in hun aangifte in de personenbelasting op te nemen.
Voor wat betreft de auteurs- en nevenrechtelijke inkomsten uitgekeerd in 2008 was deze verplichting tot inhouding van roerende voorheffing evenwel nog niet van kracht en dienen de verkrijgers ervan die inkomsten hoe dan ook in hun belastingaangifte (inkomsten 2008, aanslagjaar 2009) aan te geven om ze afzonderlijk te laten belasten aan het tarief van 15 %. Daarbij zal de forfaitaire kostenaftrek (en de verhoging met de aanvullende gemeentebelasting) automatisch door de belastingsdiensten worden toegepast, tenzij de belastingplichtige er voor kiest zijn werkelijke kosten te bewijzen.
Voor de inkomsten uitgekeerd in 2009 (aanslagjaar 2010) geldt het principe van de roerende voorheffing ten volle, zij het dat het bevrijdende karakter ervan relatief blijft.
Aangifte van de inkomsten is immers in elk geval aan de orde:
- indien de verkrijger zijn werkelijke kosten wenst te bewijzen;
- indien de bruto-inkomsten van de verkrijger meer dan 49.680 € (geïndexeerde inkomsten 2008, aanslagjaar 2009) resp. 51.920 € (geïndexeerde inkomsten 2009, aanslagjaar 2010) bedragen en aldus ook deels als beroepsinkomsten of als diverse inkomsten zullen worden belast;
- indien de verkrijger auteurs- of nevenrechten ontvangt uit verschillende bronnen en daarbij telkens de degressieve forfaitaire kostenaftrek werd toegepast. (In dat geval zal de verkrijger nagenoeg zeker een overdreven globale kostenaftrek genoten hebben, en bijgevolg zal er onvoldoende roerende voorheffing ingehouden zijn. Noteer dat de verkrijger er in voorkomend geval ook voor kan kiezen om de schuldenaars van de inkomsten te verzoeken geen forfaitaire kostenaftrek toe te passen.)
In de praktijk betekent een en ander dat het de verkrijger vrij staat zijn auteurs- en/of nevenrechtelijke inkomsten al dan niet aan te geven als er ingevolge de voorheffing meer belasting is ingehouden dan werkelijk verschuldigd. Indien echter ingevolge de voorheffing minder belasting ingehouden is dan werkelijk verschuldigd, dan is de aangifte verplicht.
Bronnen;
Wet tot wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 en tot instelling van een forfaitaire belastingregeling inzake auteursrechten en naburige rechten: http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&caller=summary&pub_date=2008-07-30&numac=2008003316
Bericht aan de schuldenaars van auteursrechten en naburige rechten in de loop van het jaar 2008 (B.S. 9/12/2008): http://www.ejustice.just.fgov.be/mopdf/2008/12/09_1.pdf
Zie p. 65482-65488. Daarbij verscheen nog volgend erratum in B.S. 18/12/2008: In het Belgisch Staatsblad van 9 december 2008, p. 65485, in punt 3, dient de laatste zin van voorbeeld 1, in de Nederlandse tekst, als volgt te worden gelezen: « Aangezien de roerende voorheffing correct werd ingehouden, zijn de desbetreffende inkomsten niet verplicht aan te geven in hoofde van de begunstigde natuurlijke persoon. »
Op datum van 26 maart 2009 heeft de heer Vincent Van Quickenborne, Minister van Ondernemen en Vereenvoudigen, zijn akkoord gegeven voor het uitbetalingsplan dat voorgelegd werd op 17 december 2008 door het College van voorlopige bewindvoerders.
Ondertussen werd een verzoek tot verlenging van het mandaat van het College van de voorlopige bewindvoerders ingediend, zodat zij hun taak kunnen verderzetten.
Zodoende is de procedure van betaling aangevangen, zodat de leden van Uradex uit de audiovisuele sector binnenkort de rechten kunnen ontvangen die hen voor de periode 96-2005 toekomen.
Uiteindelijk vestigen wij nogmaals uw aandacht op het belang om uw aangiften van 2006, 2007 en 2008 te richten aan Uradex voor 31 maart 2009.
L.S.,
Uradex is de Belgische beheersmaatschappij van de naburige rechten van uitvoerende kunstenaars.
Zij telt 7200 rechtstreeks aangeslotenen (muzikanten, acteurs, dansers, ...) en vertegenwoordigt tevens tienduizenden artiesten aangesloten bij buitenlandse beheersmaatschappijen waarmee Uradex naburige rechten uitwisselt op basis van wederkerigheidscontracten.
Bij deze roept Uradex vooreerst in naam van de artiesten die zij vertegenwoordigt de Belgische federale regering op tot het onderschrijven van het beginsel van verlenging van de beschermingsduur van de naburige rechten zoals neergelegd in het voorstel voor een Europese Richtlijn. Naar verluidt zou België zich (als enige land in de EU) kanten tegen de bewuste verlenging, maar van een officieel standpunt van onze regering hebben wij geen weet. Laat staan dat daarover een tegensprekelijk debat zou zijn gevoerd waarin ook de artiesten werden gehoord.
Uradex kan echter evenmin aanvaarden dat met de voorgenomen en op zich toe te juichen verlenging van de beschermingstermijn van de naburige rechten een nieuwe discriminatie zou worden geïnstaureerd. Deze verlenging zou immers louter gelden voor de naburige rechten van muzikanten en producenten van fonogrammen. Aldus zou de audiovisuele sector er niet van kunnen genieten, en worden acteurs en dansers achtergesteld ten opzichte van hun musicerende collega’s. Dit terwijl zij volgens de wereldwijde heersende juridische beginselen terzake van naburige rechten samen één en dezelfde categorie van rechthebbenden vormen. Daarenboven zou ten gevolge daarvan voor muzikanten een tweesporenbescherming ontstaan: naargelang hun prestatie wordt vastgelegd op een CD (louter muziek) of een DVD (muziek en beeld), zouden zij onder verschillende beschermingsregimes komen te vallen.
Uradex en de artiesten die zij vertegenwoordigt roepen aldus met aandrang de Belgische federale regering op tot het bijstellen van haar positie in deze, en het Europees Parlement tot het bewerkstelligen van een uitbreiding van de verlenging van de beschermingstermijn tot alle uitvoerende kunstenaars (i.e. niet alleen deze werkzaam in de sector muziek).
Uradex C.V.B.A.
Voor de Algemene Raad,
| Alexandre von Sivers | Luc Gulinck |
| Voorzitter | Ondervoorzitter |
Overeenkomstig de procedure vastgesteld door de Rechtbank van eerste aanleg werd een verdelingsplan ingediend volgens de regels, op 17 december 2008.
In de loop van januari 2009 heeft Uradex in detail geantwoord op twee vragenlijsten van de Controledienst der beheersvennootschappen.
Op 29 januari 2009 zijn de Controledienst evenals de Algemene Raad van Uradex in de lokalen van Uradex overgegaan tot nazicht van het verdelingsplan.
De Controledienst zal spoedig een verslag uitbrengen aan de Minister die al dan niet zal instemmen met het verdelingsplan.
Vandaag wachten wij nog zowel op het akkoord van de Algemene Raad als dat van de Minister.
Beste uitvoerende kunstenaars, leden van Uradex,
De in verdeling te stellen bedragen voor de afdeling audiovisueel, netto, na aftrek van de werkingskosten en de reserve, voor de periode van 1995 tot en met 2005 belopen ongeveer 10 miljoen €. Dat bedrag betreft dus alle door Uradex in die periode voor de “privé kopie audiovisueel” ontvangen bedragen, verminderd met de forfaitaire werkingskosten en de reserves als voorzien in de reglementen.
De bedragen die voorheen reeds werden verdeeld voor de afdeling audiovisueel bedroegen ongeveer 135.000 €.
1. Het bedrag van 10 miljoen € is een relatief klein bedrag in verhouding tot het aantal audiovisuele werken dat op vele kanalen jaarlijks wordt uitgezonden (en in vergelijking met bijvoorbeeld de bedragen die kunnen worden verdeeld in de afdeling Muziek, waar immers behalve een vergoeding voor privé kopie, de billijke vergoeding van alle gebruikers van muziek op openbare plaatsen en van radio’s meespeelt).
Bovendien is het overgrote deel van dat bedrag bestemd voor de buitenlandse uitvoerende kunstenaars, omdat de werken waaraan zij deelnemen de grote meerderheid uitmaken, ook op de Belgische zenders.
2. Vervolgens is, bijna altijd, het aantal deelnemers aan een audiovisueel werk een veelvoud van het aantal deelnemers aan een muziekstuk. (Alleen al het aantal deelnemers aan de klankband van een audiovisueel werk - dat doorgaans 5% van de rechten van het audiovisueel werk ontvangt - is een veelvoud van de deelnemers aan een muziekwerk).
3. Bij wijze van voorbeeld over wat een uur of anderhalf uur film betekent in termen van te verdelen netto rechten :
Sommige films of series genereren weliswaar meer rechten (indien druk bekeken op een zender met een groot marktaandeel), maar ook dan blijft het bedrag per acteur (en zeker per muzikant die deelnam aan de uitvoering van de klankband) zeer beperkt.
4. Er kan dus veel verschil zijn tussen de rechten die een rol (rol A, B of C) in de ene of in de andere film oplevert : immers zowel (a) het marktaandeel van de zenders op de Belgische markt als (b) de kijkdichtheid op het ogenblik van de uitzending van de films in kwestie spelen daarin mee, evenals (c) het aantal acteurs die geen figurant zijn (rollen A, B of C).
5. Omdat een verdeling van de klankband (1,72 € in bovenstaand voorbeeld) meestal tussen vele tientallen muzikanten, totaal oneconomisch is – een aangifte verwerken van één van hen kost Uradex meerdere euro – wordt deze verdeling van de klankband uitgesteld. Er wordt gezocht, in overleg tussen de Algemene raad van Uradex en de Voorlopige bewindvoerders naar een mogelijk forfaitair systeem (of op basis van aangifte) dat aan de eerstvolgende Algemene Vergadering van Uradex zal worden voorgelegd.
6. Het aantal uitvoerende kunstenaars die hun prestatie in een werk aangeven bij Uradex blijft beperkt. Voor één bepaald werk, waaraan uitsluitend Belgische acteurs deelnemen, zijn er soms maar 2 of 3 aangiftes.
Daarom wordt een zogeheten “fictieve cast” opgesteld, die rekening moet houden met hoeveel rollen A, B en C redelijkerwijze in de film voorkomen.
Dit leidt, bijvoorbeeld, tot het volgende :
7. Er is evenwel artikel 21 § 2 van het Algemeen (verdeel) reglement van Uradex dat stelt dat de uitvoerende kunstenaar voor 31 maart van het lopende jaar (2009) gehouden is haar/zijn prestaties van het vorige jaar (2008) aan te geven, zoniet kan als sanctie 1/12de van de rechten worden ingehouden per maand vertraging (zodat die kunstenaar, zonder aangifte, in april 2010 vruchteloos aangifte zou doen voor werken van 2008; deze aangiftes zouden door de sanctie (12/12e) geen rechten meer opleveren).
Het is dan ook belangrijk, nu in de komende weken de rechten voor 1995 tot en met 2005 zullen worden verdeeld, dat alle eventuele aangiftes voor 2006, 2007 en 2008 bij Uradex worden afgeleverd voor 31 maart 2009. De sanctie van artikel 21, §2 van het Algemeen (verdeel) reglement van Uradex zal vanaf die datum worden toegepast.
De toepassing van die bepaling zal het mogelijk maken :
Alleen zo kan Uradex vermijden dat uitvoerende kunstenaars die wel aangeven, jarenlang moeten wachten op het juiste bedrag van hun rechten.
Zeg het voort !
Zoals aangekondigd, hebben de voorlopige bewindvoerders op 17 december 2008, een verzoek voor goedkeuring betreffende de audiovisuele sector voor de periode 1996-2005 ingediend. Zodra de Belgische Staat en de Algemene Raad van Uradex een overeenkomst bereikt hebben over de plannen van verdeling, zullen de betalingen uitgevoerd worden.
Op 18 februari 2008 heeft Mevrouw de Minister Van Economie een nieuwe vergunning aan Uradex toegekend. Deze beslissing zal ons toelaten onze taak zo spoedig mogelijk voort te zetten. Wij danken u voor het gestelde vertrouwen.
Ontwerpen van verdeling
Het College van voorlopige bewindvoerders van Uradex heeft eind november 2007 de laatste hand gelegd aan haar ontwerpen van verdeling van de rechten voor de afdeling muziek voor alle door Uradex geïnde gelden sinds 1996 tot en met 2005!
Die ontwerpen van verdeling van de naburige rechten 1996-2005 betreffen vooreerst alle rechten die toekomen aan de uitvoerende kunstenaars die “lid” zijn van Uradex (dat wil zeggen de ongeveer 6.500 uitvoerende kunstenaars die ofwel vennoot zijn van Uradex ofwel een mandaat hebben gegeven aan Uradex om hun rechten te innen). Bijkomend omvatten de ontwerpen ook gelden bestemd voor buitenlandse kunstenaars, met name leden van de Nederlandse beheersvennootschap Sena met wie Uradex alle nuttige gegevens voor een wederzijdse betaling kon uitwisselen.
Controle en goedkeuring van de ontwerpen van verdeling
Vervolgens hebben de voorlopige bewindvoerders - zoals vereist door het vonnis van de Rechtbank van 1ste aanleg van Brussel waarbij zij werden aangesteld - die voorstellen tot verdeling per brief van 30 november 2007 officieel voorgelegd aan de (proces)partijen, met name de Algemene Raad van Uradex en de Belgische staat.
Deze partijen hebben hun akkoord gegeven. Na verificatie ter plaatse van het dossier van de hen toekomende rechten en dat van hun collega’s-kunstenaars, hebben de uitvoerende kunstenaars, leden van de Algemene Raad van URADEX, per brief van 4 december 2007 hun akkoord gegeven met het ontwerp van verdeling. Alvorens zijn akkoord te geven, heeft de Minister van Economie talrijke vragen gesteld en is zijn controledienst ter plaatse gekomen voor een grondig onderzoek van het nieuwe informaticasysteem, het verdelingsplan en de boekhouding. Op 26 december 2007 heeft Uradex de officiële instemming van het Ministerie van Economie ontvangen, zodat niets de effectieve betaling nog in de weg stond!
De betalingen
Op 27 december 2007 is Uradex onmiddellijk overgegaan tot de effectieve betaling aan al haar leden van hun aandeel in de naburige rechten afdeling muziek voor de periode 1996-2005. Voor leden van Uradex met een buitenlandse bankrekening konden de betalingen begin januari 2008 worden uitgevoerd.
Deze betalingen zijn niet alleen de grootste verdeling van naburige rechten ooit door Uradex, deze betalingen, na onderzoek door het Ministerie en met de goedkeuring van het Ministerie, betreffen hogere bedragen dan alle eerdere betalingen van Uradex samen!
Bij de betaling werd, gezien de vele tienduizenden bladzijden die zouden moeten worden afgedrukt en de bijkomende postkosten, geen detail bijgevoegd, maar dit is op eenvoudige aanvraag (weliswaar bij voorkeur per e-mail, zodat u een pdf bestand langs elektronische weg kan worden overgemaakt – ) te bekomen. Deze betalingen zijn dus geen voorschot of raming, maar wel degelijk de volledige afrekening van alle aan de leden verschuldigde naburige rechten voor de afdeling muziek in de periode 1996 -2005.
Intussen, in 2008
Met dezelfde gegevens en dezelfde informaticabewerkingen zal binnenkort een ontwerp van de verdeling voor de rechten van het jaar 2006 worden voorgelegd ter goedkeuring aan de zogenaamde procespartijen, de Algemene raad en de Belgische staat.
Gelden van en naar het buitenland
Eveneens binnen korte termijn zullen de voorlopige bewindvoerders de ontwerpen van verdeling kunnen opmaken ten voordele van buitenlandse kunstenaars, leden van de zustermaatschappijen van Uradex in Groot-Brittannië, Frankrijk, Spanje, ...
De uitwisseling van de gelden met onze Nederlandse zustervennootschap Sena maakte al deel uit van het in december 2007 door de Algemene raad en de Minister goedgekeurde ontwerp van verdeling. Die gelden werden ook effectief uitgewisseld tussen SENA en URADEX, zodat Uradex al over het akkoord beschikt om de gelden die Sena haar heeft overgemaakt voor het verleden, binnenkort aan haar leden uit te keren.
De audiovisuele afdeling
De voorlopige bewindvoerders ontvingen enkele reacties van uitvoerende kunstenaars uit de audiovisuele sector, omdat zij niet in de eerste ontwerpen van verdeling voorkomen. Men moet begrijpen dat er op zeer korte tijd, sedert de voorlopige bewindvoerders werden aangesteld, een reuzensprong vooruit is gemaakt bij Uradex, maar dat niet alle problemen tegelijk konden worden aangepakt en opgelost.
Amper vier maanden geleden stonden de voorlopige bewindvoerders – en al zij die meewerken aan de realisatie van die opdracht, waaronder de personeelsleden en leden van de Algemene Raad – nog alleen met hun vertrouwen in het welslagen van de nu uitgevoerde belangrijke betalingen voor de afdeling muziek. Wij werken er hard aan om u hetzelfde te kunnen zeggen binnen enkele maanden aangaande de audiovisuele afdeling van Uradex.
Namens Het College van de voorlopige bewindvoerders,
Rudy Peereboom,
Secretaris-generaal Uradex
Naar aanleiding van de ingebruikname van een nieuw softwaresysteem, zal er een eerste proefberekening in het begin van de maand oktober plaatsvinden. Deze proefberekening zal betrekking hebben op de billijke vergoeding en thuiskopie voor de muzikale- en audiovisuele sector.
Om een zo gedetailleerd mogelijk resultaat te behalen, vragen wij u zo snel mogelijk alle achterstallige werken aan te geven.
Deadline: 30 september 2007
Wij vragen uw bijzondere aandacht voor het volgende:
Audiovisuele werken (films, series, voice-over, documentairestemmen, generieken, …)
De werken van korte duur (spots, jingles, commercials, station call / habillage d’antenne, …)
Geluidsdragers/muzikale werken
Gelieve op te merken dat
alleen geluidsdragers/muzikale werken die voorkomen in de lijsten van de Ultratop en/of radioplaylists rechten genereren.
Wij danken u bij voorbaat voor uw bereidwillige medewerking.
Het team van URADEX
Een vennootschap die juist werd opgericht, BELARTIS genaamd, stelt zich in de pers voor als zijnde dé nieuwe vennootschap die in de toekomst in België de rechten die toekomen aan de uitvoerende en vertolkende kunstenaars zal innen en verdelen.
URADEX is vandaag echter nog steeds de enige vennootschap die deze activiteiten rechtsgeldig in België kan en mag uitvoeren! Omwille van de trage uitbetalingen in het verleden heeft de uittredende Minister Marc Verwilghen de beslissing genomen om de vergunning van URADEX in te trekken met ingang op 22 februari 2008. Maar de leden van URADEX blijven niet bij de pakken zitten.
In het belang van de kunstenaars en op vraag van de Belgische Staat werd een College van drie voorlopige bewindvoerders door de rechtbank van eerste aanleg aangesteld, voor een periode van twee jaar (hernieuwbaar). Gebruik makend van de omvangrijke databank van gegevens die werden verzameld door URADEX in de loop der jaren, werkt het College aan een verdeelplan dat, geschouderd door een verbeterd informaticasysteem, snellere uitbetalingen kan garanderen in de toekomst.
Dit is de reden waarom de vennoten-kunstenaars, tijdens de algemene vergadering van 18 juni jongstleden, unaniem beslist hebben een nieuwe vergunning voor URADEX aan te vragen. Deze aanvraag voor een nieuwe vergunning is door het College op 6 juli ingediend.
Dat hierover geen verwarring moge bestaan: URADEX is wel degelijk de enige vennootschap die vandaag rechtsgeldig de rechten kan innen en verdelen aan de uitvoerende en vertolkende kunstenaars. Ze wenst dat ook in de toekomst te blijven, in het belang van, en rekening houdend met de wensen van de kunstenaars.
Op verzoek van de Belgische Staat heeft de Rechtbank van eerste aanleg te Brussel drie voorlopige bewindvoerders aangesteld over Uradex met o.a. als opdracht over te gaan tot de inning en de verdeling van de naburige rechten aan de vertolkende en uitvoerende kunstenaars.
(Vonnissen van de 70ste en de 16de kamer van de Rechtbank van eerste aanleg te Brussel van 23 november 2006 en 2 februari 2007 inzake Belgische Staat / Uradex – A.R. nr. 04/12.271/A).
Wij hebben onze opdracht van voorlopige bewindvoering onmiddellijk aangevat.
Een volledige doorlichting van de boekhouding, het personeel en het informaticasysteem is aan de gang.
Wij nemen contact met de andere beheersvennootschappen van naburige rechten in België en met de zustervennootschappen van Uradex in het buitenland.
Een nieuwe secretaris-generaal is in functie vanaf 2 april 2007: de heer Rudy Peereboom.
Binnenkort zal Uradex uw vragen met betrekking tot uw specifieke situatie kunnen beantwoorden.
In de komende weken zal een ontwerp van wijziging van de statuten en van het repartitiereglement worden opgesteld met de medewerking van kunstenaars en experten terzake. Deze wijzigingen lijken noodzakelijk voor de goede werking van Uradex in de toekomst.
Op de Algemene Vergadering in juni 2007 zullen de vertolkende en uitvoerende kunstenaars zich kunnen uitspreken over die voorgestelde wijzigingen.
Er is geen sprake van staking van betaling in hoofde van Uradex en de rechten van de uitvoerende en vertolkende kunstenaars komen niet in het gedrang door deze gewijzigde omstandigheden; het is juist de bedoeling dat de vennootschap Uradex correct zal gaan functioneren en dat de kunstenaars worden uitbetaald.
De voorlopige bewindvoerders,
| Paul Struyven | Jean-Guy Didier | Andrée Puttemans |
| Advocaat | Bedrijfsrevisor | Advocaat - Professor ULB |
| info@struyven-law.be | jgd@dfsa.be | a.puttemans@pandora.be |